Abélard en Héloïse

De vermaarde filosoof Abélard en de erudiete Héloïse vormen het beroemdste liefdespaar uit de middeleeuwen. Nadat hun geheime liefde aan het licht was gebracht werd Héloïse naar een klooster gestuurd en Abélard gecastreerd. Hun verhaal heeft in de Romantiek zeer tot de verbeelding gesproken.

Filosoof
Pierre Abélard (Petrus Abaelardus) wordt beschouwd als een van de grootste geesten van de 12e eeuw. Hij heeft het Westerse denken diepgaand beïnvloed. Zo heeft hij ertoe bijgedragen dat de wijsbegeerte werd ontvlochten van de theologie en een zelfstandige discipline werd. Hij was een van de eersten die de goddelijke openbaring tot object van de ratio maakte. Zijn bespiegelingen brachten hem in moeilijkheden na een conflict met Bernardus van Clairvaux, die hem door het kerkelijk leergezag het zwijgen liet opleggen. 

Parijs
Abélard werd in 1079 geboren in Palais bij Nantes en stierf in 1142 in Saint-Marcel-sur-Saône. Hij had bij de beroemde godgeleerden Roscellinus en Willem van Champaux gestudeerd. Na een docentschap dialectica in Melun, Corbeil en Parijs, studeerde hij theologie.

Abélard was opgenomen in de geestelijke stand, maar had geen sacramentele wijdingenontvangen. In 1115 kreeg hij als kanunnik de leiding over de kathedraalschool van de Notre Dame de Paris, waar hij theologische colleges gaf, die druk bezocht werden. Een paar jaar later ontmoette hij in Parijs de ongeveer twintig jaar jongere Héloïse, een bijzonder intelligent en onderlegd meisje.

Verovering
Héloïse, vermoedelijk een (half)wees, nam in 1117 haar intrek in de woning van haar oom Fulbert, de proost van het kathedraal kapittel van de Notre Dame. Abélard, door tijdgenoten beschreven als een dominante, egocentrische en ijdele man, raakte onder haar bekoring. Hij besloot haar te veroveren, niet uit liefde maar uit seksuele lust, zo schrijft hij in zijn autobiografische kroniek Historia calamitatum mearum ('Geschiedenis van mijn rampen').

Zwanger
Nadat Héloïse was bezweken voor Abélards verleidingen, ontstond een hartstochtelijke affaire. Toen ze betrapt werden door Héloïses oom Fulbert, werd het hun verboden elkaar te zien. Na verloop van tijd zetten ze hun seksuele relatie stiekem voort en raakte Héloïse zwanger.

Geheim huwelijk
Nadat ze van een zoon was bevallen, besloot Abélard haar te huwen. Hij behoorde tot de lagere geestelijkheid en had daarom de celibaatsgelofte niet hoeven afleggen. Als clericus en lid van het kathedraal kapittel werd Abélard echter geacht een geestelijk leven te leiden. Vandaar dat hun huwelijk in het diepste geheim werd gesloten, met instemming van Fulbert. Een gehuwd leven zou bovendien slecht zijn voor Abélards intellectuele carrière.

Naar nonnenklooster gestuurd
Héloïse, die wist dat Abélard niet uit liefde met haar gehuwd was, hield wel zielsveel van hem. Zij wist dat een huwelijk hem schade zou kunnen berokkenen, dus was ze er in eerste instantie op tegen. Uiteindelijk stemde ze in met Abélards plan: als zij zou intreden in een klooster en geen gewag zou maken van het huwelijk en hun beider zoon, dan zou hij met een rein geweten zijn academische leven kunnen voortzetten. Héloïse ging met tegenzin akkoord en werd in 1119 postulante in het benedictinessenklooster van Argenteuil.

Castratie
Toen Fulbert besefte dat zijn nichtje maar ook hijzelf zich door Abélard had laten manipuleren, nam hij wraak. Hij schond zijn belofte om het huwelijk stil te houden. De proost huurde bandieten in om Abélard te straffen. Op een nacht slopen ze zijn woning binnen, overvielen hem en castreerden hem in zijn slaap. Later zou Abélard schrijven dat hij begrip voor deze actie had: Fulberts verraad was immers een reactie geweest op zijn eigen verraad van Héloïse. Hoewel de ontmanning grote gevolgen had voor Abélard persoonlijkheid, maakte hij er zelf geen drama van. Sterker nog, hij meende dat hij als castraat zich beter kon toeleggen op zijn intellectuele arbeid.

Monnik
Na zijn fysieke herstel trok Abélard zich terug in het benedictijnenklooster Saint-Denis, iets ten noorden van Parijs. Hij hoopte dat hij als monnik zich kon ontplooien tot 'een echte wijsgeer van God'. Nog in het jaar 1119 legde hij de kloostergeloften af. Tot zijn ontsteltenis namen zijn medebroeders het niet al te nauw met de kloosterlijke tucht. De abdij had een slechte reputatie; Bernardus van Clairvaux noemde dit klooster ooit 'een synagoge van de satan'.

Abdis
Ook Héloïse legde in 1119 haar geloften af. Tegen haar zin was ze non geworden, maar ze had zich erbij neergelegd en wilde er het beste van maken. In 1129 werd ze priores van de benedictinessen van Argenteuil. In 1136 werd ze abdis van het door Abélard gestichte klooster Le Paraclet in de Champagne. Daar overleed zij op 16 mei 1163.

Geruchten
In 1128 was Abélard abt geworden van het klooster Saint-Gildas-en-Rhuys aan de Bretonse kust. Sinds Héloïse abdis van Le Paraclet was, reisde hij er af en toe heen om als geestelijk verzorger op te treden. Dat leidde tot geruchten dat de twee nog steeds een amoureuze relatie hadden, wat door Abélard fel werd ontkend.

Briefwisseling
Sinds dat ze beiden in het klooster waren ingetreden schreven Abélard en Héloïse een aantal brieven aan elkaar over hun liefde, het christelijk geloof, het kloosterleven, de kuisheid en de Heilige Schrift. Deze later beroemd geworden correspondentie omvat acht lange brieven, waarvan de eerste door Abélard echter niet aan Héloïse is gericht, maar waar zij wel op reageert. Over hun beider zoon Astralabius reppen ze nagenoeg geen woord.
De acht brieven plus Historia calamitatum mearum werden in het Nederlands vertaald door Chris Tazelaar en in 1998 uitgegeven bij Ambo.

Père Lachaise
Héloïse werd begraven in Le Paraclet. Na de Franse Revolutie zou haar stoffelijk overschot zijn overgebracht naar Parijs. In de 19e eeuw werd op de Parijse begraafplaats Père Lachaise een grafmonument in neogotische stijl vervaardigd, met daarin de vermeende resten van zowel Héloïse als Abélard.

Romans
De relatie tussen Héloïse als Abélard heeft zeer tot de verbeelding gesproken. Hun liefde werd in de 18e en 19e eeuw sterk geromantiseerd. Verscheidene romanciers lieten zich door de affaire inspireren, zoals Jean-Jacques Rousseau (Julie en Héloïse), Mark Twain (The Innocents Abroad), Helen Waddell (Peter Abelard), Luise Rinser (Abaelards Liebe) en Marion Meade (Stealing Heaven). Ook in de populaire muziek komt het thema van hun liefde terug, zoals in de songs Just One of Those Things van Cole Porter, Heloise van Frank Black en Nora van Richard Shindell. In 1988 verscheen de verfilming van Meade's Stealing Heaven, met Derek de Lint als Abélard.