Altaar

Een altaar is een zware tafel of verhoogde plaats in de kerk waarop tijdens de eucharistieviering brood en wijn worden geplaatst. In het gewijde godshuis is het met chrisma gezalfde hoofdaltaar het symbool van Christus, vandaar dat gelovigen ervoor buigen..

Offer
Het Latijnse altare stamt volgens Van Dale af van altus ('hoog') en ara 'offerplaats'. Waarschijnlijk is er ook een verwantschap met adolere, wat 'doen geuren', en 'een offer verbranden' betekent. In algemene zin is een altaar de plaats waar offers worden gebracht.

'Tafel des Heren'
In de katholieke Kerk is het altaar de zware tafel van steen of hout waarop tijdens de eucharistiebrood en wijn geplaatst worden. In het delen van brood en wijn gedenken de gelovigen dat Christus door zijn dood een offer voor de mensheid heeft gebracht. Vandaar dat de tafel waarop brood en wijn geplaatst worden, de zogenaamde 'Tafel des Heren', als altaar oftewel offerplaats wordt gezien.

Hoogaltaar
Ieder kerkgebouw bevat heeft tenminste één centraal altaar, het zogenaamde hoogaltaar. Het hoogaltaar is met de lengteas van de kerk gericht naar het oosten, de plaats waar de zon opkomt. Deze 'oriëntatie' ligt voor de hand, omdat Jezus Christus wordt gezien als de Sol Oriens. Hij is het 'Licht der Wereld', de 'Zon der Gerechtigheid' (Johannes 8, 12; Mal. 3, 20). Het is ook in het oosten dat Jezus volgens de Bijbel zal terugkeren om de levenden en de doden te oordelen : "Want zoals de bliksem vanuit het oosten komt en tot in het westen zichtbaar is, zo zal het zijn met de komst van de mensenzoon" (Matteüs 24, 17).

Zijaltaren
Een kerk bevat naast het centraal geplaatste hoogaltaar soms ook nog altaren aan de zijkanten van het gebouw. Zijaltaren kwamen in de Middeleeuwen in zwang. Ze werden vaak gebouwd door Gilden of rijke leken: zij wensten eigen missen, opgedragen aan een eigen altaar. Tot in de vorige eeuw waren zijaltaren in de kerken noodzakelijk, zij het ook zelden nog voor gilden. Ze waren nodig, omdat tot het Tweede Vaticaans Concilie voor iedere priester de morele plicht gold om dagelijks een mis op te dragen. In grote stadskerken en kloosterkerken kwam het voor dat meerdere priesters tegelijk hun mis opdroegen, ieder aan een eigen altaar. Nog steeds vinden bijvoorbeeld in de Sint-Pieterskerk te Rome meerdere missen tegelijkertijd plaats. In gewone parochiekerken wordt tegenwoordig nog maar zelden een mis aan een zijaltaar opgedragen. Zijaltaren zijn nu vooral in gebruik als plaatsen van devotie. Ze zijn daartoe dan voorzien van bijvoorbeeld een Maria- of een heiligenbeeld.

Verhoging
Vóór het Tweede Vaticaans Concilie vierde de RK-Kerk de liturgie volgens de bepalingen van het Concilie van Trente. De mis verliep volgens de zogenoemde 'Tridentijnse ritus': de ritus als voorgeschreven door Trente. Het hoogaltaar diende in die tijd op een verhoging te zijn geplaatst. Natuurlijk had dat een praktische reden: doordat de priester de mis op een verhoogd altaar las, konden alle gelovigen hem goed zien en horen. Zeker zo belangrijk was de symboliek die achter het gebruik van een verhoging stak. De kunstmatige 'altaarheuvel' in het kerkgebouw stelde namelijk de Calvarieberg voor: de berg waarop Christus is gekruisigd. Zo werd duidelijk gemaakt dat de mis verwees naar het Kruisoffer van Christus.

Graftombe
Vroeger had het hoogaltaar vaak de vorm van een graftombe. Dit herinnerde aan oude gebruiken. In het Romeinse Rijk bestond bij de christelijke gemeenschappen een bijzonder intensieve martelarenverering. Indien het enigszins mogelijk was koos een gemeenschap het graf van een martelaar om als brandpunt bij de eredienst te dienen. Bovenop of dicht bij het graf werd dan een altaar geplaatst, en daaromheen werd het kerkgebouw opgetrokken.

Licht van de Wereld
De Tridentijnse ritus schreef voor dat op ieder altaar een Kruis met Corpus moest staan, aan weerszijden geflankeerd door kandelaren. Het licht dat op de kandelaren brandde was een teken van het zuivere Licht der Wereld: Christus zelf. Vanwege de grote symbolische betekenis van het licht op het altaar mochten alleen kaarsen van zuivere bijenwas worden gebrand.

Vaticanum II
In kerkgebouwen werd het hoogaltaar vroeger doorgaans tegen een wand geplaatst. Dat leverde geen praktische problemen op, want de priester las de mis met de rug naar het volk. Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) hervormde de liturgie ingrijpend. Voortaan vierde de priester de eucharistie met zijn gezicht naar het volk. De grote oude, tegen de wand geplaatste altaren waren op slag onbruikbaar geworden: niemand kon daar achter gaan staan. Er moesten nieuwe altaren worden geplaatst, meer naar voren in de kerk. Veel van de nieuwe altaren kregen nadrukkelijk de vorm van een tafel, dit om het maaltijdkarakter van de eucharistie te benadrukken.

Voorschriften
De Codex van Canoniek Recht van 1983 (CIC 1983) maakt onderscheid tussen een vast en een verplaatsbaar altaar. Daarbij wordt aangemerkt dat het de voorkeur verdient om in iedere kerk tenminste één vast altaar plaatsen. Een vast altaar is "zó vervaardigd dat het met de vloer één geheel uitmaakt en dus niet verwijderd kan worden" (can. 1235). Vaste altaren moeten gewijd worden, verplaatsbare gewijd of gezegend. Het tafelblad van een vast altaar "dient van steen te zijn en uit één enkel stuk natuursteen te bestaan" (can. 1236). Toch staat het een bisschoppenconferentie vrij om te bepalen dat het tafelblad van een "ander waardig en stevig materiaal" gebruikt mag worden. "De onderbouw of basis echter kan uit elk materiaal vervaardigd worden."

Altaarwijding
Een vast altaar wordt altijd door een bisschop gewijd. Dit was al gebruik in het begin van de 4de eeuw. Het wijdingsritueel bestond in die tijd enkel uit gebeden. Later werd het gebruik, het altaar bij de wijding met Wijwater af te wassen en te zalven met Chrisma. Het ritueel werd nog verder uitgebreid door de verplichte bijzetting van een Relikwie in of onder de Altaarsteen.

Verlies van wijding
Volgens het huidige kerkelijk recht verliest een altaar zijn wijding als een bisschop hiertoe bij decreet besluit, of als het altaar voor en groot deel verwoest is.

Altaarstukken, retabels en altaarschermen
Altaren werden in het verleden vaak rijk versierd. De Middeleeuwen vormen wat dat betreft een hoogtepunt. Vrijwel alle altaren werden toen voorzien van tenminste één retabelaltaarstuk of altaarscherm.

Wierook
Omdat het altaar het symbool van Christus is, wordt het bij plechtige missen bewierookt. Dat gebeurt bij aanvang van de Mis en tijdens de Offerande.