"Ik wil het verhaal vertellen over het leven ná de rampen”

10 minuten leestijd

“Ik wil laten zien hoe mensen in verschillende culturen omgaan met rampspoed. Hoe zijn mensen verder gegaan na zo’n life changing-event? We herinneren ons allemaal nog wel de witte marsen of stille tochten, maar uiteindelijk zitten de mensen die meeliepen weer op de bank, alleen met hun verdriet. En soms wachten ze nog steeds op de hulp die ze ooit is beloofd. Ik wilde het verhaal vertellen over het leven ná die rampen.”

Bij welke rampen ben je zelf als reporter geweest?

“Als verslaggever en correspondent voor Nieuwsuur ben ik op veel rampplekken geweest. De aardbeving in Haïti was een van de meest indrukwekkende. Het was een catastrofe in een straatarm land. Het was ook een van de grootste rampen ooit als je naar het aantal slachtoffers kijkt, tienduizenden mensen kwamen om.
Verder deed ik verslag van de tsunami in Thailand en de vluchtelingencrises in Zuid-Soedan, Jordanië, Afghanistan en Koerdistan. En ik reisde vaak af naar oorlogsgebied, onder andere naar Kroatië, Irak, Afghanistan, Israël en Syrië. Van geheel andere orde waren de drugsoorlog in Mexico en de school shootings in de Verenigde Staten. Ook gebeurtenissen met grote impact op de plaatselijke bevolking.”

Welke indruk maakte het zien van deze rampplekken op je?

“Vaak dacht ik: ‘Mijn God, hoe gaan deze mensen dit te boven komen? Mensen, ga weg! Ga ergens anders heen of pleeg collectief zelfmoord’. Ik zag plaatsen waar alles was verwoest, hoe moesten mensen daar nog leven? Maar juist op die momenten van diepe crisis begon het overal om me heen weer te zoemen. In Thailand begonnen mensen nog op dezelfde dag weer te bouwen. In Mosul openden ze tussen de puinhopen de winkeltjes. Die veerkracht van mensen maakte grote indruk op me.”

Voelde je je nooit schuldig om enkel verslag te doen?

“Natuurlijk wil je graag helpen en in sommige gevallen en heb ik ook in dubio gezeten of ik mijn laatste flesje water aan dat ene kind zou geven in dat vluchtelingenkamp. En als het kan, doe ik dat. Maar hulpverleners verlenen hulp, artsen verzorgen gewonden en journalisten doen verslag. Dát is mijn werk, en mijn manier om iets aan het probleem te doen. Door hun verhaal te vertellen. Toch denk ik vaak: hoe zou het nu met die man of vrouw of dat kind zijn? Hoe is hun verhaal verder gegaan? Ik kan weken later thuis nog nadenken over dat jochie aan wie ik dat flesje gaf.”

En zo kwam je op het idee voor deze documentaireserie?

“Ja, ik vroeg mij af of het niet ook je journalistieke plicht is om terug te keren naar die plaatsen om te laten zien hoe het verder is gegaan. Niks goed-nieuws, puur om te kijken hoe het de mensen is vergaan nadat iedere cameraploeg alweer lang en breed vertrokken is.”

Aan die verhalen kwam je te weinig toe in je reportagewerk?

Als verslaggever spreek je mensen maar heel even. En dan ben je ook meestal gefocust op het leed, op de chaos en het oorlogsgeweld. Het is een cliché, maar vaak gaat in de straat tegenover het gebouw dat net is gebombardeerd de markt gewoon door. En dan laat je negen van de tien keer niet zien. Terwijl dat ook onderdeel van het verhaal is.
Begrijp me niet verkeerd, ik heb een hekel aan ‘goed nieuws’-verhalen uit rampgebieden. Daarvoor heb ik te veel ellende gezien. Maar vaak denk ik toch als ik iemand spreek die iets ergs heeft meegemaakt: ‘Man, je bent je familie kwijt, je huis is gebombardeerd, je bent gevlucht, gemarteld, noem maar op, en toch ga je door’. Ik wilde onderzoeken hoe mensen dat doen, in verschillende landen. En dat leverde bijzondere verhalen op.”

Welke plekken bezocht je voor de serie ‘Na de Klap’?

“Samen met regisseur en cameraman Erik van Empel ging ik naar Genua, waar de Morandi-brug instortte. We bezochten de buurt van de afgebrande Grenfell-toren in Londen. En we gingen naar kleine gemeenschappen in Californië die zijn getroffen door de ergste bosbranden in jaren.
Een bijzonder deel van onze reis ging ook naar het Japanse Fukushima, waar acht jaar geleden een kernramp plaatsvond. En we gingen ook verder terug in de tijd, om te kijken hoe het mensen vergaat na langere tijd. Dat werd een indrukwekkende trip, dichtbij huis, naar Enschede waar al weer twintig jaar geleden de vuurwerkramp een hele wijk in de as legde.”

De tekst gaat verder onder de foto

tom kleijn bij een bosbrand

Zag je dat mensen in verschillende landen en culturen inderdaad anders omgaan met rampspoed?

“In Genua zie je dat de wederopbouw eigenlijk té snel is gegaan voor de omwonenden. In Fukushima zie je dat de inwoners het niet vertrouwen. De overheid zegt dat de mensen terug kunnen gaan naar het rampgebied, maar die bewoners willen dat helemaal niet. Het oude leven dat ze achterlieten is er niet meer en in de tussenliggende jaren hebben ze elders een nieuw bestaan opgebouwd. Rond de Grenfell-toren zie je dat de ongelijkheid tussen arm en rijk en blank en zwart weer terug is, nadat die verschillen door de ramp even waren opgeheven. En in Enschede blijkt voor sommigen de ramp – ook na twintig jaar – nog elke dag een rol te spelen in hun leven. Zo heeft iedere plek z’n eigen dynamiek.”

Hoe was het om als oud VS-correspondent weer terug in de Verenigde Staten te zijn?

“Ik besefte vooral hoe die perceptie van klimaatverandering voor hen heel anders is dan voor ons. Die mensen zijn ook niet gek. Ze erkennen dat het drie graden warmer is geworden, maar voor de rest verandert het niet veel voor hen. Er is daar een rotsvast geloof dat die bosbranden niet nog een keer in hun stad of dorp gaan gebeuren. Dus we bouwen alles gewoon weer op. Ze zeggen: ‘Niets gaat mij hier wegjagen. Mijn voorouders woonden al hier. Niets krijgt mij weg’.”

De serie bracht je dus ook dichtbij huis, in Enschede.

“Ik was daar twintig jaar geleden als verslaggever. Ik heb zelf door die puinhopen gelopen. Nu zie je een prachtige nieuwe wijk. Er is daar geen museum dat over die ramp gaat, geen groot monument, terwijl de vuurwerkramp toch een beetje het 9/11 van Enschede is. Er is daar nog steeds een groep mensen van politieagenten en weduwes van brandweermannen die nog dagelijks met die ramp bezig zijn. Er lopen nog steeds rechtszaken en onderzoeken. Voor hen is het onverteerbaar dat de precieze oorzaak nog steeds onbekend is, en dat tekent hun leven.”

Welke ontmoeting maakte het meest indruk op je?

“In Genua ontmoette ik Guiseppe. Hij was aan het appen met zijn zoon Luigi vlak voordat die de brug op reed die daarna instortte. Dat is echt zo wreed, een vader die zijn zoon verliest, door juist hij precies op dat ongelukkige moment daar reed. In Londen ontmoette ik een Afrikaanse moslima. Zij runt daar sinds de ramp een buurtkeuken, waarin ze kookt voor mensen van verschillende culturen. Die ramp heeft op een crue manier eigenlijk haar droom in vervulling doen gaan.”

Wat leerde het je van de overlevenden?

“Wat me vooral is opgevallen is hoe ongelooflijk aardig mensen zijn. Het zijn de mensen die de ergste dingen hebben meegemaakt die vragen of je blijft eten. In Japan stond ik met een blikje stroopwafels en een Delfts blauw bordje op het erf van een boerenechtpaar. Die mensen verzorgden al acht jaar hun radioactieve koeien en konden het niet over hun hart verkrijgen ze te doden, ze waren als hun kinderen. Die mensen hadden sake-bekertjes, flessen sake en handdoekjes uit hun streek meegenomen voor de hele crew. Zij hadden dat geld echt wel aan iets beters kunnen besteden. Niet de burgemeester in Japan, maar degenen die het meeste leed hebben meegemaakt zijn het gastvrijst. En zo was het op iedere plek die ik bezocht. Het lijkt soms of mensen eerst dit mee moesten maken om in te zien wat wel en niet belangrijk is.”

Op dit moment verkeert de hele wereld in een grote crisis met de uitbraak van het corona-virus, hoe kijk jij daar nu naar?

Ik vind het onheilspellend, ongrijpbaar en zorgelijk. Wat een paar dagen geleden grote indruk op me maakte is dat een van de ambulancebroeders uit onze serie, die het lichaam van de jongen in Genua naar het mortuarium vervoerden na de brugramp, nu besmet is met het corona virus. Hij ligt ernstig ziek in het ziekenhuis van Genua. En toch reageert hij via Facebook op ons beterschapsberichtje met een foto waarop hij z’n duim opsteekt.

Rampen zullen er altijd zijn. Maar wat ik van de serie geleerd heb: er komt altijd een moment dat het voorbij is, dat het leven weer verder moet gaan, na de klap.